home |  disturb? |  dossiers |  brèves |  publications |  images |  liens |  plan du site |  mailing list |  contact 
Trop secrète gare du Midi - texte paru dans La Libre du 03/03/2010




L’habitude Bruxelloise de travailler l’architecture en secret à la vie dure. Le projet de Jean Nouvel pour la plus grande gare du pays n’échappe pas à la règle. Un “Bouwmeester” Régional vient pourtant de prendre ses fonctions, pourquoi ne pas lui confier la gestion du dossier ?

Bruxelles n’a jamais été une terre d’accueil pour les grands noms de l’architecture internationale, préférant construire avec une poignée de bureaux locaux de peu de renommée. Faut-il dès lors se réjouir du choix du célèbre et génial architecte français Jean Nouvel comme architecte de la gare du Midi ? C’est un fait nouveau en Belgique Francophone qui démontre une nouvelle ambition architecturale. Cependant, des questions se posent face à la procédure mise en place. Car on ne le répète pas assez, il ne suffit pas d’avoir un bon architecte pour faire un bon projet. Il faut aussi une très bonne maîtrise d’ouvrage de la part du pouvoir public.

La SNCB a confié l’étude et la construction d’un bâtiment public à Euro Immo Star. Ce groupe privé (dont l’actionnariat est tenu à 99,9% par des acteurs publics, la SNCB Holding et Tuc_Rail) n’est pas obligé de suivre les règles de mise en concurrence et de transparence. Pas de concours et surtout pas de réflexion transversale et publique entre les acteurs. Un projet sort brusquement d’un chapeau. Difficile de se prononcer à ce jour sur la pertinence de celui-ci à partir de quelques images de synthèse. Pas de communication sur le projet, pas de conférence de presse ni d’interview de l’architecte. Tout se décide dans le plus grand secret.

Comment est-il possible qu’un projet d’une telle importance stratégique, financé indirectement avec de l’argent public, ne fasse pas l’objet d’une procédure exemplaire ? C’est une question qui n’a pas l’air d’inquiéter beaucoup de monde à la SNCB. C’est l’habitude prise de laisser des groupes privés choisir les projets et les architectes, sans rendre de compte à personne. C’est le même principe qu’une construction “clefs en main”, mais à grande échelle. La qualité architecturale des projets en souffre. Plus grave encore, derrière le projet de couverture des quais se cache une opération plus vaste : celle du regroupement des services des filiales de la SNCB dans le nouvel immeuble en “V”. Une opération de spéculations immobilières sur les sites actuellement occupés et libérés avenue Fonsny et rue de France. Une de plus pour ce quartier qui exproprie des habitants et des commerces “dans l’urgence” depuis 15 ans, pour libérer de la surface de bureau.

Pour avancer : confier la gestion du dossier au Bouwmeester

Il existe aujourd’hui un moyen pour faire avancer ce dossier dans la sérénité et la transparence : confier la procédure et la réflexion au nouveau Bouwmeester (Maître Architecte) régional Olivier Bastin. Son rôle ne sera de se substituer au pouvoir public, mais bien de le conseiller dans sa tâche. Il ne va pas concevoir le projet, mais bien le définir. Car avant de dessiner des structures mégalomanes, il convient de mettre à jour ce dont la Gare du Midi a le plus besoin. Et répondre à de multiples questions qui, visiblement, ont été éludées dans l’exercice. Quelle est l’identité de ce quartier ? Comment entrer en relation avec l’espace public ? Quel type d’affectation y placer ? Quel impact sur l’environnement ? Comment améliorer la gare et la qualité de son service ?

Il existe des moyens pour obtenir le débat et la transparence, des méthodes éprouvées de concertation et de participation. A nouveau, il ne s’agit pas de se substituer au pouvoir de décision, mais bien de l’éclairer avec une expertise partagée. Le Plan de Développement International (PDI) définit le quartier Midi comme site stratégique pour l’avenir de Bruxelles. Dans ce cadre, un schéma directeur a été élaboré par la SNCB et la Région Bruxelloise. Pourquoi n’a-t-il jamais été rendu public ? C’est seulement quand l’on aura balisé la portée et les objectifs du projet, défini son ambition et son fonctionnement, y compris avec la ville autour, que l’on pourra commencer à dessiner. Et rien ne fonctionne mieux que la compétition entre plusieurs bureaux pour obtenir un projet de qualité. Une saine émulation dont Bruxelles tarde à voir les vertus. Le concours permet à un jury d’experts et de représentants du pouvoir public de comparer les solutions proposées et de motiver le choix. Une exposition des projets permet ensuite à chacun de se rendre compte, en toute transparence, de la pertinence du projet lauréat. C’est l’obligation pour le pouvoir public d’être didactique, et de communiquer à tous les citoyens le bien fondé d’une décision.

Va-t-on un jour assister à la mise en place d’un tel processus ? Les décideurs de ce projet s’accrochent décidément à cette mauvaise habitude de décider “en chambre” ce qu’il convient de construire. Ce qui s’est passé au Quartier Nord est en train de se reproduire au Midi. Il est temps d’arracher le panneau “Do not disturb” et de passer à d’autres méthodes.

Collectif Disturb www.disturb.be

Jens Aerts, Véronique Boone, Maurizio Cohen, Laurence Creyf, Bernard Dubois, Nadia Elkechiri, Christophe Mercier, Benoît Moritz, Benjamin Pors, Iwan Strauven, Vanessa Tanghe

+++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++

Zuidstation : een publieke ruimte met strategisch belang in private handen.

De Brusselse gewoonte om in het geniep de grootste architectuurprojecten te ontwikkelen is moeilijk uit te roeien. Het project van Jean Nouvel voor het grootste station van België gaat verder in deze traditie. De eerste Brussels Bouwmeester is sinds kort aangesteld, waarom kan hij niet betrokken worden bij dit belangrijk dossier ?

Brussel toont zich niet meteen het beloofde land voor de grote namen uit de internationale architectuurwereld, waarbij de stad meestal voorrang geeft aan een hoopje locale architecten met weinig bekendheid en uitstraling. Men zou daarom kunnen juichen met de keuze van de internationaal gerenommeerde Franse architect Jean Nouvel voor de herinrichting van het Zuidstation en haar omgeving. Het is op zijn minst een nieuw gegeven voor Brussel, dat zo enigszins blijk geeft van een architecturale ambitie. De procedure die bij dit project gehanteerd werd, doet echter de wenkbrauwen fronsen. Het kan immers nooit genoeg herhaald worden : een goede architect is geen garantie voor een goed project. Een goede bouwheer is op zijn minst even noodzakelijk.

De studie en de bouw van het Zuidstation, in se een publiek gebouw, vertrouwt de NMBS Holding toe aan haar immobiliëndochter Euro Immo Star. Deze private holding is echter voor 99,9% in handen is van de publieke sector, NMBS Holding en Tuc_Rail, maar door haar private karakter is zij niet verplicht de regels voor aanbestedingen in de openbare sector te volgen die een zekere concurrentie en transparantie moeten garanderen. Geen wedstrijd dus, en al zeker geen publieke en grensoverschrijdende dialoog met de verschillende partijen. Het project wordt hier plots als een konijn uit de hoed getoverd. Met slechts enkele vrijgegeven computerbeelden is het moeilijk een onderbouwd debat te voeren over de pertinentie van het project. Er wordt geen communicatie gevoerd rond het project : geen persconferentie, noch een interview met de architect. Alles wordt in het diepste geheim beslist.

Hoe kan een project van deze schaal, van groot strategisch belang, en bovendien rechtstreeks gefinancierd door de overheid, genegeerd worden om het tot voorbeeldproject te maken ? Bij de NMBS Holding ligt men er alleszins niet wakker van. Het is hun gewoonte om private groepen projecten en architecten te laten kiezen, zonder ruchtbaarheid of rekenschap te moeten geven aan anderen. Het is hetzelfde principe als sleutel-op-de-deur, maar dan op grote schaal. De architecturale kwaliteit van dit soort projecten leidt er onder. Erger nog, achter het project voor de overkapping van de perrons schuilt een veel groter project : een hergroepering van de filialen van de NMBS Holding in een nieuw gebouw in V-vorm, een vastgoedspeculatie op de Fonsnylaan en de Frankrijkstraat. Het is een extra domper voor deze wijk waar bewoners en handelaars sinds vijftien jaar ‘met spoed’ uit hun woonst gezet worden om extra kantoorruimte vrij te maken.

Vooruit met de geit ! De Brussels Bouwmeester betrekken in het dossier.

Sinds kort is het in Brussel echter mogelijk het dossier in alle transparantie en kalmte op te volgen via de kersvers aangestelde Brussels Bouwmeester Olivier Bastin. De Brussels Bouwmeester moet de overheid niet vervangen, maar moet deze bijstaan in haar taak als bouwheer van grote overheidsprojecten. Als verdoken overheidsproject moet dit ook voor het Zuidstation gebeuren. Hierbij is zijn rol niet het project te ontwerpen, maar om randvoorwaarden te definiëren. Een groots project als het Zuidstation vraagt immers een degelijke analyse waar het werkelijk nood aan heeft. De identiteit van de wijk, de relatie met de publieke ruimte, de bestemming van gebouwen en buurt, de impact op de omgeving, de aanpassing en verbetering van het station en haar diensten, … Het zijn slechts enkele vragen die bij de huidige procedure genegeerd worden.

Om een open debat en transparantie te creëren, en om samenspraak en participatie te bekomen bestaan er verschillende mogelijkheden. Ook dit moet niet gezien worden als een negeren van de bevoegdheden van de beslissingsorganen, maar als een bijkomende, en gedeelde expertise. Het PIO (Plan voor Internationale Ontwikkeling) voor Brussel definieert de Zuidwijk als strategische site voor de toekomst van de stad. In het kader hiervan heeft de NMBS en het Brussels Gewest een richtschema ontwikkeld. Dit richtschema werd echter nooit publiek gemaakt, waarom ? Het is slechts wanneer de draagwijdte, het belang en de doelstellingen van het project geduid worden, en de ambitie en functie gedefinieerd zijn – in relatie met de stad - dat men kan beginnen ontwerpen. En daarbij werkt niets beter om een kwaliteitsproject te verkrijgen dan de concurrentie tussen verschillende architectenbureaus : een gezonde rivaliteit die Brussel nog steeds niet lijkt te beseffen. Bij een goede wedstrijd kan een uitgebalanceerde jury van experts en mensen van het beleidsniveau de verschillende voorstellen vergelijken en zijn keuze motiveren. Een tentoonstelling van de projecten laat daarna toe dat iedereen, in alle transparantie, de pertinentie van het winnend project kan nagaan. Het is de taak van de Brusselse overheid om didactisch te werk te gaan, en haar inwoners te informeren over degelijk gefundeerde beslissingen.

Kunnen we ooit hopen dat deze procedure ingang vindt ? Op beslissingsniveau klampt men zich met alle macht vast aan de slechte gewoonte om binnenskamers te beslissen over dergelijke belangrijke bouwprojecten. De Noordwijk lijkt zich te herhalen in de Zuidwijk. Het wordt dringend tijd het bordje ‘Do not disturb’ van deze kamers weg te halen om andere, meer open methodes te ontwikkelen.

Collectief Disturb www.disturb.be

Jens Aerts, Véronique Boone, Maurizio Cohen, Laurence Creyf, Bernard Dubois, Nadia Elkechiri, Christophe Mercier, Benoît Moritz, Benjamin Pors, Iwan Strauven, Vanessa Tanghe

Het collectief Disturb is pluridisciplinair en heeft tot doel het debat rond architectuur en stedenbouw in Brussel aan te wakkeren. Het wil nieuwe procedures ontwikkelen, nadenken over participatie, architectuurkwaliteit onder de aandacht brengen en het naoorlogs erfgoed herwaarderen.


imagex294x160.jpeg
disturb  |  info@disturb.be  |  Website by DBAA
 
 


IMAGES LIEES A CE DOSSIER :
AUTRES ARTICLES DU DOSSIER :
Quel avenir pour la zone du Canal ? - Welke toekomst voor de Kanaalzone ?
FIRST DANCE WITH THE BOUWMEESTER - Vendredi 18/12/2009